woensdag 23 september 2026

Is dat huis nou nog niet leeg?

Ik hoor het je denken: “Is dat huis nou nog niet leeg?”

Nee.

En geloof me: ik had ook liever gehad dat ik kon zeggen dat het klaar was.

Mijn moeder overleed op 30 juni. En daarna begint er iets waar je vooraf eigenlijk nooit bij stilstaat. Naast het verdriet, de uitvaart en alles wat geregeld moet worden, blijft er namelijk ook gewoon een heel leven achter. In een huis. Kleding in de kast. Haar jas nog aan de kapstok. Servies in de keuken. Foto’s in lades. Papieren waarvan je geen idee hebt of ze belangrijk zijn. Spullen die zonder haar ineens gewoon spullen zijn geworden — en tegelijkertijd soms juist helemaal niet.

En dat moet allemaal weg. Dat klinkt zo eenvoudig. Je begint gewoon ergens. Je pakt een doos. Je maakt een kast open. Bewaren, weggooien, weggeven. Volgende kast. Was het maar zo. Want tussen die spullen zitten dingen waar ik zonder nadenken afscheid van kan nemen. Dingen waarbij ik hardop denk: mam, waarom had je dit überhaupt? En gelukkig zijn er ook momenten waarop ik kan lachen om wat ik tegenkom. Want echt, de Action is er niks bij.

Maar er zijn ook dingen waarbij ik ineens stilsta. Een handschrift. Een foto die ik nog nooit heb gezien. Iets wat ik haar honderd keer heb zien gebruiken. Een kledingstuk waarin ik haar zo voor me zie. Ons laatste bonnetje van de Mac Donalds. En dan sta je daar. Met iets in je handen dat voor een ander waarschijnlijk rechtstreeks in een vuilniszak zou verdwijnen, terwijl ik ineens weer even mn moeder zie.

Dus nee, zo’n huis ruim je niet op zoals je de zolder opruimt. Daar komt bij dat het leven ondertussen gewoon doorgaat. De kinderen moeten naar school en sport. De winkel is er. Tegelpraat is er. Mijn eigen huis produceert op wonderbaarlijke wijze iedere dag opnieuw was en rommel.

En toen overleed, nog geen tien weken na mijn moeder, ook tante Mia.

Mijn moeder en zij waren ontzettend close. Mijn moeder was haar alles. Aan het sterfbed van tante heb ik gevraagd of ze haar de groetjes wou doen en heel veel kusjes. Een mooie gedachte, maar ik had eerlijk gezegd liever gehad dat daar nog een poosje tussen hadden gezeten.

Opnieuw afscheid nemen. Opnieuw een uitvaart regelen. Opnieuw een leven dat stopt, terwijl alles eromheen gewoon doorgaat. Het verschil is wel dat een kamer in een zorginstelling binnen 5 werkdagen leeg moet. Ergens snap ik het wel, want mensen op de wachtlijst, maar jeetje. 

Dus ondertussen staat dat huis van mijn moeder er nog. Niet onaangeraakt. Er gebeurt echt wel wat. Kast voor kast. Doos voor doos. Steeds een stukje verder. Maar ik merk dat er blijkbaar ergens een ongeschreven termijn bestaat waarbinnen je na het overlijden van je moeder geacht wordt haar complete leven netjes te hebben uitgezocht. Die memo heb ik gemist. Misschien omdat ik ondertussen vooral bezig ben met proberen te bevatten dat ze er überhaupt niet meer is.

Het gekke is dat een leeg huis uiteindelijk het doel is. Maar dat ik tegelijkertijd helemaal niet uitkijk naar het moment waarop het zover is. Want nu loop ik haar huis nog binnen en zie ik haar nog overal. Straks zijn de kasten leeg. De muren kaal. De spullen weg. En dan is het geen huis van mijn moeder meer. Dan is het gewoon een leeg huis.

Dus nee. Het huis is nog niet leeg. Het komt wel. Alleen op m’n eigen tempo. Want het gaat uiteindelijk niet om het leeghalen van een huis. Het is stukje voor stukje afscheid nemen van het leven dat erin zat. En daar neem ik liever iets te veel tijd voor dan één dag te weinig.

Ps: mocht er iemand nog dringende behoefte hebben aan een nietmachine, of 14, van die viltjes voor onder je meubels in alle soorten, maten en kleuren, een goeie voorraad plakband, diverse gereedschappen, lampen, batterijen (zelfs die volgens mij niet eens meer worden gemaakt), verlengsnoeren of blokken zeep voor in je kledingkast; slide in de dm 🩷

vrijdag 21 augustus 2026

Ik voel hem ff niet.

Ik voel hem ff niet. Vandaag niet, gister niet. Bluuuuuh.


Geen idee waarom precies. Alsof daar een reden voor moet zijn. Alsof je op een ochtend wakker wordt en denkt: zo, vandaag ga ik eens even lekker intens rouwen. Zo werkt het dus niet.


Het gekke is dat het leven ondertussen gewoon doorgaat. En ik blijkbaar ook. Ik lach ook gewoon. Best vaak zelfs. En soms denk ik dan ineens: zie je wel, het gaat goed. Tot het dat niet gaat. Dan mis ik haar. Niet op de mooie manier. Niet met een kaarsje aan en een liedje op de achtergrond terwijl ik liefdevol naar een foto kijk.


Nee. Ik wil gewoon m’n moeder terug.


Ik wil haar iets kunnen appen. Iets totaal onbelangrijks. Een foto sturen van iets wat ik heb gekocht waarvan ik eigenlijk zelf ook wel weet dat ik het niet nodig had. Zeuren over iemand. Vertellen wat er in de winkel gebeurde. Of gewoon even horen wat zij ervan vindt.


En dan realiseer ik me weer dat dat dus nooit meer kan. Nooit meer is trouwens echt een belachelijk concept. Veel te definitief.


We zijn nog even een paar dagen wezen kamperen. Was prima. Zij had het verschrikkelijk gevonden. Niet het kamperen trouwens. Nou ja, waarschijnlijk dat ook. Maar vooral dat ik weg was. Dat vond ze nooit zo’n succes.


En normaal had ik daar waarschijnlijk een beetje makkelijk over gedaan. Mam, we zijn maar een paar dagen weg. Alsof ik aan de andere kant van de wereld zat in plaats van ergens in de Ardennen op een camping. Nu zou ik willen dat ze erover kon zeuren. Raar eigenlijk, welke dingen je gaat missen.


Niet alleen de lieve dingen. Niet alleen de dingen waarvan je van tevoren bedenkt dat je ze gaat missen als iemand er niet meer is. Ook het irritante. Misschien juist het irritante. Dat heerlijke bemoeien. Dat vragen. Dat willen weten wanneer je weer thuis bent. Dingen waar je met je ogen van kon rollen.


Kom maar terug hoor. Bemoei je maar. Ik zal niet eens zuchten.


Bijna twee maanden geleden was ze er nog. Niet zoals ik haar wilde. Niet gezond. Niet thuis. Niet zoals vroeger. Maar ze was er. Ik kon naar haar toe. Ik kon haar aanraken. Ik kon tegen haar praten. En nu kan dat niet meer.


Haar huis is ondertussen bijna leeg. En ik denk dat dat het extra kut maakt. Want toen ze er net niet meer was, was haar huis er nog wel. Haar spullen stonden er nog. Haar kleding hing er nog. Kastjes vol met dingen waarvan je je afvraagt waarom iemand in godsnaam dacht dat ze die ooit nog nodig zou hebben. Dat heb ik blijkbaar niet van een vreemde ;).  Alles stond eigenlijk nog gewoon te wachten op iemand die niet meer terugkwam. De eerste keren dat ik daar binnenkwam, was het nog haar huis. Ze was er niet, maar ze was overal. En nu halen we dat stukje voor stukje weg. Een kast leeg. Een la leeg. Een kamer leeg. Spullen weggooien. Spullen verdelen. Spullen meenemen waarvan ik niet eens wist dat ik ze wilde hebben, totdat de andere optie weggooien was. Nee. Die niet. Die wil ik. Waarom? Geen idee. Omdat hij van m’n moeder was.


Alsof je een heel leven in dozen en vuilniszakken kunt stoppen. Dat kan dus blijkbaar. Maar m’n moeder past nergens in. Natuurlijk weet ik dat ze niet in die spullen zit. Ik weet dat een leeg huis niet betekent dat mijn herinneringen ineens ook weg zijn. Ik weet dat een kast gewoon een kast is en een mok gewoon een mok. Dat hoef je me allemaal niet uit te leggen. Maar toch. Het wordt leger. En daarmee wordt het definitiever.


Straks doe ik voor de laatste keer die deur achter me dicht. En dan is het niet meer het huis van mijn moeder. Dan woont daar straks iemand anders. Iemand die geen idee heeft dat zij daar woonde. Dat ze daar op de bank zat. Dat daar haar spullen lagen. Dat ik daar binnenliep. Dat daar gelachen is en gezeurd. Dat daar koffie is gedronken. Dat daar gewone dinsdagen zijn geweest. Dagen waarop niemand bezig was met kanker. Met doodgaan. Met afscheid nemen. Met morfine. Met uitvaarten. Met huizen leeghalen. Gewoon leven.


Wat zou ik veel overhebben voor nog zo’n doodgewone, totaal oninteressante dinsdag. Misschien is dat wat er nu zo inhakt. De afgelopen weken moet er steeds iets. Eerst was er het afscheid. Daarna de uitvaart. Nu haar huis. Regelen. Opruimen. Bellen. Papierwerk. Beslissen wat blijft en wat weg kan. Ondertussen zijn er kinderen. Een man. Een winkel. Werk. Het leven heeft wat dat betreft bijzonder weinig gevoel voor timing.


Er is altijd wel iets wat moet. Maar misschien wordt het daarna stiller. Misschien komt er daardoor meer ruimte voor het besef dat ze niet gewoon even weg is. Ze komt niet meer terug. Dat wist ik natuurlijk al. Ik was erbij. Ik weet precies wat er gebeurd is. Mijn hoofd snapt het allemaal prima. Maar volgens mij loopt de rest soms een maand of twee achter. Want ergens voelt het soms nog steeds alsof ik haar straks gewoon weer kan bellen. En dan ineens niet. En man, wat vind ik dat kut.


Het voelt soms alsof we haar overlijden langzaam aan het afronden zijn. Uitvaart gehad. Papieren geregeld. Spullen uitgezocht. Huis leeg. Vink. Vink. Vink. Alsof er straks ergens een dossier dicht kan met: zo, klaar. Maar ik ben helemaal niet klaar. Ik wil ook niet klaar zijn. Want hoe rond je in godsnaam je moeder af? Ik hoef er vandaag ook niks moois van te maken. Ik hoef niet te schrijven dat ik dankbaar ben voor alle herinneringen. Dat ben ik heus wel. Ik hoef niet te bedenken wat zij gewild zou hebben. Waarschijnlijk dat ik gewoon doorga. Dat doe ik ook. Ik ga kamperen. Ik werk. Ik lach. Ik maak tegeltjes. Ik bedenk plannen. Ik koop waarschijnlijk dingen die ik niet nodig heb. Ik ben druk. Ik leef.


Maar toch. Ik voel hem ff niet. Ik mis m’n moeder. 

zaterdag 1 augustus 2026

Goedemorgen en twee hartjes poppetjes.

Goedemorgen en twee hartjes poppetjes. Zo begon mijn dag. Jarenlang. Dag in, dag uit. Zo wist ik dat zij de dag was begonnen.


Zaterdag 27 juni kreeg ik mijn laatste slaap lekker hartjes poppetjes. De twee nachten daarna sliep ik bij haar in het Hospice en de 30e blies ze haar laatste adem uit.


Sindsdien is het stil. Maar niet zoals ik dacht. 


Ik betrap mezelf er op. Soms pak ik m’n telefoon. Even een appje doen. Een foto van de kinderen, een klaagzang over wie dan ook of gewoon even vragen hoe het is. En dan, een halve seconde later, weet ik het weer. Dat kan niet meer. Althans, ik kan wel wat sturen, maar ga niks terugkrijgen.


Iedereen pakt zijn eigen leven weer op. En ik ook. Er moeten boterhammen gesmeerd worden. De was blijft zich vermenigvuldigen. De winkel moet open. Je huisje moet leeg.


En ondertussen staat de wereld precies hetzelfde als een maand geleden. Behalve die van mij. Die heeft ineens een gat. Niet een groot zwart gat waar ik voortdurend in val. Dat had ik eigenlijk verwacht. Het zijn juist duizend kleine gaatjes. Bij elk appje. Bij elk succesje. Bij elke tegenvaller. Bij elk moment waarop ik denk: “Dat moet ik even aan m’n moeder vertellen.”


Ik mis haar niet alleen omdat ze mijn moeder was. Ik mis haar omdat ze overal tussendoor zat. Ze wist alles. Van mij, van de kinderen en van iedereen die ik ken. Ik mis het gerinkel van die irritante sleutelhangers aan haar handtas. De klusjes die ze altijd voor Romes verzon. De vraag hoe het op de beurs was, nadat ik bij de groothandel was geweest.


Soms voel ik de mensen kijken, zich afvragen ‘hoe zou het met haar gaan?’ Het gaat goed.

Iemand zei me laatst ‘je hebt de klap al gehad toen je hoorde dat ze ziek was’. En ik denk dat dat wel klopt. Het verdriet begon niet op 30 juni. Dat begon al toen we hoorde dat haar galblaasonderzoek, uitgezaaide longkanker bleek te zijn. Vanaf dat moment ben ik alles nog bewuster gaan meemaken. En na het echte afscheid blijft er nog genoeg over om te missen. 

Ik probeer me vast te houden aan het idee dat zij rust heeft. Pijnvrij is. En dat als er ‘iets’ is, na de dood, ze daar nu feest viert.


Mijn moeder zal altijd aanwezig zijn. Niet meer naast me aan de eettafel of op m’n bankje in het kantoortje, maar in mijn hoofd en hart. Ik zal altijd haar stem horen, ook als het stil blijft.


Je zei het de laatste weken tot mijn grote irritatie regelmatig, maar inderdaad mam; komt wel goed. 


🩷

dinsdag 30 september 2025

Het is stil geweest. Te stil misschien. Maar soms vraagt het leven even al je aandacht.

‘Hè mama, ben je moe? Ik zie het aan je’ .. ‘Hé mama, ben je verdrietig omdat oma dood gaat?’ .. Hé mama, wie gaat er eigenlijk voor Frank de hamster zorgen?’ 


Ik kan nog zo m’n best doen, maar ze zien alles. Maar wat vertel je ze? Wat vertel je ze niet? In de ogen van de kinderen is oma nog een top fitte vrouw. Want ze zit daar. Ze praat, eet, drinkt wat en vouwt soms een wasje. Ze ligt niet ziek in bed. Nog niet. Je kan ook zo weinig concreets zeggen. Je kan geen aftelkalender maken. En ik wil ze ook niet continu belasten met mijn verdriet. Maar het is wel de reden waarom ik soms totaal onnodig uit m’n slof schiet. Het helpt wel om ze dingen uit te leggen. Zodat ze weten; het ligt niet aan hun. En als ik me al zo voel.. hoe moet mijn moeder zich dan wel niet voelen?


Ruim een jaar geleden ging m’n moeder naar de dokter. Ze had al heel lang last van haar galblaas. Die kon verwijderd worden. Moesten ze eerst even kijken of ze geen zwevende stenen had. Die had ze niet, maar wel een plekje op haar longen. Dat moest verder onderzocht. Enfin, lang verhaal kort; uitgezaaide longkanker. Hoe dan?! Er is niet gelijk met behandeling gestart. Eerst de boel in de gaten houden. Kijken hoe het zich ontwikkeld. Maar al vrij rap kreeg ze dan toch immuuntherapie. En dat sloeg aan. De tumoren slonken. En bij elke positieve scan, kreeg ze er gevoelsmatig jaren bij. Hoewel ik aan het begin dacht ‘nou, daar gaat ze’ dacht ik nu, ze is toch net als de zus van de tante van de kennis van de buurvrouw, die leeft nog jaaaaaaaren’. Tot de scan in augustus. De immuuntherapie werkte niet meer. De tumoren zijn weer gaan groeien en gaan op pad. Nog meer uitzaaiingen. Een nieuwe PET scan met een nieuw behandelplan. Even dachten we dat ze mee kon doen aan een studie in Rotterdam. Omdat er bepaalde DNA afwijkingen in de tumoren zit. Maar dat kon toch niet. Ze zaten vol. Nou ben ik inmiddels bijna volleerd oncoloog en was ik niet razend enthousiast over die studie, maar toch. Elke kans grijp je. Dus nu. Chemo. Dat is nog de enige optie. Ze wordt nooit beter en alles is levensverlengend. Maar slaat het aan? Hoe is je kwaliteit van leven. Hoeveel tijd krijg je extra? Allemaal afwachten.


Mijn moeder is mijn beste vriendin. Ik kan mij vaak gewoon nog steeds niet voorstellen dat we daar zitten voor haar. Maar het is toch. Haar naam staat op de uitslagen, de polsbandjes, de zakken vloeistof. 


Ik merk dat ik mezelf steeds vaker betrap op kleine momentjes van dankbaarheid. Dat ze er nog ís. Dat we nog kunnen praten, lachen en huilen. Maar tegelijk knaagt er steeds dat besef: dit is tijdelijk. En hoe langer je dat weet, hoe zwaarder het soms voelt om gewoon “gewoon” te doen.


Het leven leert je ineens een les die je nooit wilde leren. Over afscheid nemen terwijl iemand nog leeft. Over plannen durven maken terwijl je niet weet of er tijd voor is. En toch staat zij daar nog steeds: onze moeder, onze oma. Niet alleen gedefinieerd door wat ziek maakt, maar door wat haar sterk maakt. Door liefde, door strijdlust.


Misschien is dat ook wel wat ik mijn kinderen hoop mee te geven. Dat je verdriet en vreugde naast elkaar kunt laten bestaan. Dat je mag huilen én lachen in dezelfde dag. En dat liefde, hoe ongrijpbaar ook, altijd groter blijft dan ziekte.


En terwijl ik dit zo opschrijf, voel ik de tijd door mijn vingers glippen. Alles gaat door: school, werk, boodschappen, kinderen. Maar tegelijk staat alles stil. De wereld draait gewoon verder, maar mijn wereld wankelt. Soms wil ik het uitschreeuwen, soms wil ik het juist stilhouden. Ik weet niet hoe lang we nog hebben, en misschien wil ik dat ook niet precies weten.


Wat ik wél weet: elk ‘bakkie’ samen, elk appje, elke blik is nu dubbel zo waardevol. En dat mijn kinderen straks niet alleen oma zullen herinneren, maar ook deze liefde, deze zorg, dit samen doorleven. Zo intens. En ergens hoop ik dat dat blijft hangen. Dat we, hoe moeilijk ook, toch iets moois bewaren in deze schijt tijd.


En misschien is dat wel de enige troost: dat liefde altijd iets nalaat. Ook als de tijd opraakt.


Dus ja, mama is moe en verdrietig. En oma? Oma ook. Maar oma is een strijder. Voor ons, voor zichzelf en voor elk klein stukje leven dat er nog is.

vrijdag 24 september 2021

schoolreis

Ik mocht vandaag met Abel zijn klas mee op schoolreis. Na zo een dag denk ik altijd ‘als ik later groot ben, wil ik kleuterjuf worden’. Nu hebben die twee lockdowns mij geleerd dat ik dat helemaal niet wil worden, maar oké.


Het was leuk. We zijn naar Berkenhof tropical zoo geweest. Vooral het spelen met modder en water was een succes. Ik heb ongeveer 186 keer geholpen met afdrogen, aan- en uitkleden. We waren met ‘maar’ 52 kinderen; maar die bedachten dan dat als ze nat waren, droog wouden zijn om later toch weer het water in te willen. Een heerlijk stel kinderen bij elkaar. Zó verschillend. Qua karakter, maar ook qua inhoud in de tas en inhoud in de portemonneetjes. Dat vind ik toch een lastig ding. Waar de een met de hele chips en snoep afdeling van de supermarkt aan kwam, had de ander 1 broodje mee. Nu is Abel de gierigste niet, dus hij deelde zijn snoepjes. Zien delen, doet delen, dus geen kind kwam iets te kort.


Door naar het winkeltje. In de brief stond maximaal 5€. Ook daar weer veel verschil. Sommige liepen te shinen met hun flappen en sommige kindjes hadden niks. En wat doe je dan? Van de meeste kindjes ken ik de achtergrond niet. Was het een kwestie van vergeten, niet hebben of onzin vinden? Ook hier weer veel bewondering voor de kids. Ze deelde, soms onder druk, hun centjes. Ze zullen allemaal rond de 7 jaar geweest zijn en hebben nog weinig besef van geld. Iemand had net een uur er voor €1 uitgedeeld aan een klasgenoot, waarna later de paniek uitbrak, die ene euro kwam net te kort. Een ander had in de bus al het geld al uitgedeeld om het later terug te vragen en ineens meer te hebben dan waar mee begonnen was. Weer een ander wou van het overgebleven geld (€2,25) twee besties blij maken. Laat je daar tegenwoordig nog maar weinig van kunnen kopen .. 


Het liefst had ik voor elk kind zonder geld iets gekocht. Heb ik niet gedaan. Ik heb me ingehouden. Een aantal ouders waarvan ik zeker wist dat het in de haast vergeten was, heb ik gecontact. Je kunt niet in iemands portemonnee kijken. Wellicht voelt een ouder die al veel moeite heeft gehad met de kosten voor het schoolreisje zich er wel helemaal niet prettig bij dat een ander wat koopt. Misschien vind een ouder een nep slang, trap veer ding, een stuiterbal of knuffeltje wel complete onzin. Of misschien was de ouder het gewoon vergeten en baalt nu als een stekker dat het geen berichtje heeft gehad.


Maargoed. Eigenlijk moet het afgeschaft worden, vind ik. De volle tassen en het geld. Het lijkt mij leuker voor iedereen dat de school voor de hapjes en drankjes zorgt en elk kind aan het eind van de dag dezelfde stuiterbal of nepslang krijgt.


Dus. Ik word dan wel geen kleuterjuf maar hoorde laatst weer dat je bij de medezeggenschapsraad kunt. Laat ik nou altijd wat te zeggen hebben ;). Kunnen we het daarna gelijk eens hebben over waarom luizenpluizen op de woensdag na de vakantie is en niet op de maandag .. 

donderdag 19 augustus 2021

kamperen!

2 augustus 2019 schreef ik;


‘Maargoed! Tis vakantie. ‘Gaan jullie nog op vakantie?’ Euh nee. Ik kijk wel uit. Vakantie. Ik hou er van. Thuis. Alles bij de hand, ideaal! Ik ben zoiezo niet zo vakantiegaanderig, maar nu helemaal niet. Gedoe hoor. Je hele huis inpakken, 800 uur in de auto én 3000€ lappen voor twee weken dezelfde chaos, maar dan in een ander land. Neuhhh. Dankjedekoekkoek. En daarbij; Romes wil in een tentje, ik niet. Hij wil dingen doen en zien, ik niet. Wordt een groot fiasco als wij op vakantie zouden gaan 😂 zoiezo met dat fantastische humeur van mij.’


En jawel dames en heren, 2 jaar later; tis zover. Ik ga in een tentje. Zin aan 😅


Zaterdag vertrekken we. Met volle bepakking. Want al is het officieel een tent, manlief heeft zó z’n best gedaan om alle gemakken van thuis ook daar te hebben. Manlief had al een Daktent voor zijn avonturen met de jongens. Inmiddels hangt er een kar achter de auto, met daarop ook een Daktent. Beetje vouwwagen idee, maar dan anders. Ik heb een matras, kastjes, 2 koelkastjes, gasstel, 36 oplaadpunten voor alle telefoons en schermen, drie trainingspakken en crocs. Nou, dan ben je compleet hè :p


Romes kijkt er al maanden naar uit. Zo lief. Hij hoopt echt dat ik het leuk ga vinden. Ik hoop het ook 😅. Ook de jongens zijn dolblij dat ik mee ga. Tijn vind het fantastisch alleen met papa en Abel, maar na een dag of 2 begint hij heimwee te krijgen naar zijn moeder 🥰. Komt dat ff mooi uit! Beppie bromtrol is in de buurt. Ben ook benieuwd wat de meisjes vinden. Nu roepen ze heel blij dat ze naar verkansie willen en tent slapen en crosbossen. Dat boscrossen hebben we vast geoefend. De eerste keer was geen succes, de tweede keer ging al beter. Tijn grapt steeds of Romes z’n bescherming al klaar heeft. Want mama is niet zo’n held. Ik zie overal gevaar. Dat boscrossen vind ik maar niks. Dus heeft Romes bescherming nodig voor de klappen die die van mij gaat krijgen. Maar! Geen paniek. Mijn schoonouders gaan ook mee. Er is plek voor 6 in de land rover. Dus ik sta met alle liefde mijn plekje af en pas wel op de tent. In mijn trainingspak, op mijn crocs.


Hé ho, let’s gooooo 🏕 



zondag 16 mei 2021

commando

‘Je schrijft zo leuk, daar moet je wat mee doen’. Super lief, maar nee. Ik functioneer niet op commando. En om nou dagelijks of wekelijks over Mn bezigheden te tikken, lijkt me doodsaai.


Neem nou peppa big. Een werkelijk hondsbrutaal varken die helemaal niet zo aardig is voor dr broertje. Of brandweerman Sam met die onopgevoede Norbert Puk. Stuur Norbert weg, dan kan Sam van zn ouwe dag gaan genieten. Of over Fornite, kan ook nog. Ben ik stiekem behooooorlijk goed in geworden. Het bouwen is nog wel een puntje, werk ik aan. Ik weet ook nog steeds niet welke wapens nou voor ver weg zijn en welke voor dichtbij zijn. Maar dat maakt helemaal niet zo veel uit. Ik word tegenwoordig in mijn eentje al tweede.

‘Vieze kant, lekkere kant’, spelen we dagelijks. Helemaal de shit. Komt me mn neus uit. Zodra ik op ‘lekker’ sta, roepen ze standaard, welk kind dan ook, witlof. Nou, dat vind ik dus echt niet te nassen. Dus moet ik hollen. En die kinderen van tegenwoordig zijn kei snel. Dus ben ik hem. Zodra ik hem ben, hebben ze ineens alles nog nooit gegeten (dan mag je oversteken zonder dat je getikt kunt worden) òf ze lusten ineens alles. Dus, roep ik gewoon ‘kak’, dan steken zij ‘gratis’ over naar de vieze kant en dan zeg ik ijs en zet ik alles op alles om er één te pakken te krijgen.


Over nerfs, zou ik het ook nog kunnen hebben. Van die pistolen met pijltjes. Nou heb ik laatst uit betrouwbare bronnen, ik noem geen namen *Romes*, vernomen dat die dingen zeer doen. Het was zo. Nerfoorlog in huize Vliet Vlieland. Tijn en ik, tegen papa. Abel rende het vuur uit zn sloffen om beide teams van pijltjes te voorzien en de meisjes krijste de longen uit hun lijf. Sorry meisjes, ben even druk. Tijn en ik blijken beter in fortnite dan met echte pijlen schieten. Hij zat vooral verstopt tussen de bank en de verwarming met een kussen op zn hoofd en ik schoot de pijlen stuk voor stuk de luxaflex in. Dat moest anders. Ons oorlogsgebied werd vergroot. Tijn en ik verkaste naar boven. Met de gedachte dat papa er dan wel achteraan zou komen. Tijn lag al onder ons bed en papa stond verstopt in de gangkast met het idee dat we wel terug zouden komen. Ik was halverwege blijven steken. Abel had ondertussen het zweet op zn bovenlip en de meisjes waren bedaard en vroegen zich af wat papa nou in de kast deed. En net toen ik dacht nou, naar beneden dan maar. Stak Romes zn kop om het muurtje en ik schoot. En in plaats dat ik nu de kapstok in schoot, raakte ik hem VOL in zn oog. Aiiiii. Doodste stilte. Ik wist, dit is niet het moment om te lachen, maar ik had al gelijk zoon kei goeie grap bedacht. Maar nee. Niet nu. Dat zou me Mn voortanden kosten. Papa moest effe naar buiten. De oorlog was voorbij. We hebben het nooit hard op gezegd, maar ik denk dat we wel weten wie er gewonnen hebben 😏.


En de grap? Die heb ik hem later alsnog, hinnikend, verteld. Want he ‘die zag je niet aankomen he’.

maandag 10 mei 2021

C

4 weken - 2 dagen, is Tijn de afgelopen tijd weer niet op school geweest. Hij moest (met zn hele klas) vanaf donderdag in quarantaine. Een positief geteste klasgenoot was maandags nog op school geweest. Dus iedereen ‘moest’ zaterdags getest worden. Amehoela! Bleken er uit al die testen op zaterdag, ook nog positieve kinderen tussen te zitten. Dus, hoppppp maandag iedereen weer opnieuw om dinsdag weer naar school te mogen. Wederom; amehoela.


Ik test onze kinderen niet. Manlief gaat mee met mijn mening. Of nja, hij heeft eigenlijk gewoon geen keus 😅. Ik begrijp niet waarom je moet bewijzen dat je gezond bent. Plus, wanneer je geen klachten hebt, kun je ‘het’ toch niet overdragen? 


De eerste dagen was heel de klas thuis. Onderwijs ging via de meet. C werd veel besproken. Teveel naar mijn idee. Er werd zelfs geadviseerd ‘als je mag kiezen van je ouders, laat je dan testen’. Mn bek viel open. Hier thuis hebben we het er weinig over, iig zo min mogelijk. De dinsdag dat er weer kinderen op school waren, werden de meets voor Tijn minder leuk. Hij miste zijn vrienden. Snap ik. En omdat er nog steeds veel over C en testen gesproken werd, vroeg Tijn ‘mama, kunnen wij ook voor een test? Ik wil naar school’. Aiiiii. Dat was kut hoor. Ik heb hem, in mijn woorden en zonder feiten, proberen uit te leggen waarom hij niet getest werd en dus niet naar school mocht. Hij begreep het, zei die. Voelde me toch een belabberd mens. Dus toen ze op school gezellig naar het korfbalveld gingen voor de Koningsspelen, hebben wij thuis de fortnitespelen gedaan. 


Daarna was het vakantie. En halverwege de vakantie werd hij ziek. Gewoon ziek. Niks om je zorgen te maken. Maar toch, de paniek in zn ogen. ‘Mama, ik denk dat ik C heb, nu ga ik dood’. Hoe idioot is het, dat een kind van 8 denkt te sterven aan een snotneus?! Ik heb hem, wederom in mijn woorden en zonder feiten, uitgelegd dat hij niet zal sterven. 


Ook op de opvang heerst het onderwerp naar mijn idee te veel. De meisjes waren niet fit, niks zorgelijks, maar wel flink wat dagen thuis gehouden. Ik was immers toch thuis, met toen nog gewoon een kip fitte Tijn. Toen ze weer opgelapt waren, heb ik ze weer gebracht. Ik was amper een uur thuis en kreeg een berichtje; Noé had 38,1; het protocol is ophalen met 38 of hoger. En begrijp me niet verkeerd, een ziek kind hoort thuis, niet op de opvang. Maar er was absoluut helemaal niks te merken. Toen ik vroeg wat de aanleiding dan was om haar te temperaturen kreeg ik als antwoord ‘haar gedrag’. Nou weetje, misschien deed ze gewoon een beetje anders omdat ze niet fit is geweest en ruim een week thuis heeft gezeten? Ik zeg maar iets geks he? Enfin. Kinders weer opgehaald en we hebben ons prima vermaakt hoor.


Ik ben geen zogeheten ‘wappie’. Ik ken te weinig feiten en roep maar gewoon wat ik vind, merk en denk. We weten toch allemaal dat ik enorm koppig en tegendraads ben ;) Ik weet dat heel veel mensen handelen uit angst en tegen hun wil in. We worden met zn allen in een hoekje geduwd. En zolang ik denk, dat in dat hoekje staan slecht is voor onze kinderen, ga ik er niet staan. Adios!

zondag 10 mei 2020

back to school

Back to school.


Morgen mogen ze weer. De jongens naar school, de meisjes naar de opvang. En tot ieders (ook mijn eigen) verbazing, hang ik de vlag niet uit. Eerder halfstok, want het is om te janken. 


In de eerste week dacht ik nog; ik doe de kinderen weg, ga scheiden en boek een kamer in emergis. Maar hé, gelukkig was dat gewoon mijn ‘ik krijg jeuk en bultjes van verandering’ ding. Want toen ik eenmaal een nieuw ritme had gevonden, was het prima te doen.


Tuurlijk was het even zoeken hoe ik aan de boodschappen kwam, hoe ik de jongens aan het schoolwerk kreeg, mijn werk gedaan kreeg en het huishouden op orde hield.


De boodschappen doe ik vaak in de avond, gelijk na het eten. Dan is Romes nog thuis en hoeven de kinderen niet mee. Voor het schoolwerk heb ik ze nog even proberen om te kopen. Money is the key, voor geld doen ze veel. Gelukkig heb ik best schappelijke kinderen en heeft Tijn veel begrip. Hij snapt inmiddels dat het ook mijn idee niet was en dat sommige dingen gewoon moeten. Hij moest ook even schakelen. Zodra Tijn ‘mee’ is, is Abel ook om. Abel is zoiezo een stuk makkelijker, die vind alles leuk en prachtig. Mijn werk deed ik op dinsdag op de rechtbank, dan past oma op, en een deel thuis. Dat deel thuis was dan vaak savonds laat. Thuiswerken met vier rondlopende kinderen is geen doen. En dat huishouden, agh. Ik was voor de Corona al niet zo moeilijk ;). Zolang je niet aan de vloer plakt, zal het wel gaan.


Dusja, nu mogen ze morgen weer. Ik heb 86 verschillende protocollen, snap er weinig van. De jongens moeten op verschillende tijden ergens verzamelen op het plein. Bij de meisjes is er vanalles op de vloer getapet. Abel mag zijn juf en vriendjes begroeten met zn voet. En Tijn, geen idee. Gewoon maar ouderwets gedag zeggen ofzo? Ik hoop maar dat geen van mijn kinderen valt of botst. Want troosten mag niet meer. De jongens mogen 2, soms 3 dagen naar school. Voor de overige dagen heb ik uiteraard weer een zeer gedetailleerde planning. Dit moet toch ook wel doodvermoeiend voor de leraren zijn? Ik stel voor lekker les te geven in de klas en de rest te laten voor wat het is. Als heel die toestand zo blijft, zullen ze voor de volgende jaren wel nieuwe lesmaterialen en roosters bedenken en in 2045 hoeft niemand meer met de juiste d’s en t’s te communiceren. Dat is nu toch ook? Vroeger schreef je bepaalde woorden met een k, nu de c. Dan introduceren we gewoon i.p.v. het fokschaap of het kofschip, de Corona en ben je van alle achterstand af. 


Enfin, tis weer schakelen he. Krijg ik een schijthumeur van en klaag over alles wat los en vast zit


Ik gok dat ik ze binnenkort ergens op de tocht zet, want met snot of hoest zijn ze nergens welkom 🎉

donderdag 2 april 2020

de klok

De klok


Tijn en Abel waren allebei al bijna vier toen ze ‘een groot jongensbed’ kregen. Zij waren dol op hun ledikantje, en ik ook. Als ze wakker werden, dan riepen ze ‘maaamaaaaa, ben waaaaaahkkuuuuuur’. Als de tijd me niet aanstond, mikte ik wat speelgoed en boekjes in dat ledikant en dook zelf nog even terug. Ze zijn er allebei nog nooit uitgeklommen :). Tijn heeft het ooit één keer geprobeerd. Toen heb ik zo ontzettend spastisch en overdreven gereageerd dat hij gedacht moet hebben ‘ik kijk wel uit’. Abel is er ooit één keer uitgevallen dat hij ook gedacht moet hebben ‘lijkt me niet verstandig dat nog eens te doen’. Ze waren (en zijn) allebei niet gigantisch, dus het paste ook prima. Maarja, als je op den duur naar de grote school gaat en er dan achterkomt dat je als een van de weinige nog in een ledikantje slaapt.. leek me sneu. Dus ze mochten (ieder op hun eigen moment) een groot bed. Ook hierin hebben ze nog lang geroepen dat ze wakker waren. Meestal riep ik terug ‘ik kom zooooo’ en dan bleven ze braaf wachten. Tegenwoordig komen ze er wel zelf uit. Ze komen braaf naast mijn bed staan om te vragen of ze naar beneden mogen. Ik werp een blik op de klok. Soms brom ik dat het tien over twee is en we echt nog moeten slapen. Dan kruipen ze er naast en slapen verder. Soms brom ik dat het echt nog nacht is, terwijl het dat helemaal niet meer is.


Nu zag ik tot mijn grote schrik op de schoolplanning, dat Tijn moet gaan leren klokkijken. Maar daar heb ik geen zin in. Nu kan je om 19;00 uur nog zeggen ‘jongens, het is al laat, we moeten gauw naar bed!’. Meestal zeg ik nog iets van ‘Ah sorry he! Helemaal niet opgelet, ben je boos dat het al zo laat is?’. Dan gaan ze, nog steeds wel met tegenzin; maar toch minder, mee naar boven. Wat nou als Tijn kan klokkijken, dan trapt ie daar dus niet meer in he. Dan veegt ie ook mijn ‘het is nog nacht gebrom’ zo van tafel. Lekkerdan. 


Maar weet je; géén paniek, rustaaaaaagh; elk nadeel heb ze voordeel; mama is de juf. Wij slaan gewoon een blokkie over. Zullen wij es lekker lang slapen 😏

woensdag 1 april 2020

koffie met twee lepeltjes

Ik drink mijn cappuccino met twee lepeltjes, lauw en in één teug op. Dat is helemaal hip. Zodra Evi mij met een koffie kopje ziet, gaat ze naar de keukenla. Nog een lepeltje scoren. Zij kan er niet bij en ik ben te lui om weer op te staan. Dus stop ik er maar gelijk twee in en laat hem nog even staan op een plek waar zij niet bij kunnen. Ze weten; als de koffie op is, mogen ze roeren in het schuim. Dat opdrinken duurt alleen voor hun te lang, dus vandaar; lauw en in één teug.


Ze worden zo verschrikkelijk snel groot. Ze zijn hilarisch en ondeugend. De beste éénjarige boeven met pistolen van hun broer. Roepen geen pieuw pieuw, maar paahpaaah. Ook leuk. Ze kunnen wel tegen een stootje, of zes. Ze meppen en knuffelen. Vinden kleine snippertjes met hun ogen dicht en gaan ontdekken. Zo hebben ze laatst de snoepkast ontdekt. En de kast met schoonmaakmiddelen. Én mijn kastje waarbij het algemeen bekend is; als het deurtje open gaat, komt alles er uit gestort. Dolletjes. Dus, mama is gekke henkie niet. Ik heb kastslotjes gekocht. Viel dat even tegen 😏😏. Gelukkig voor hun, het slotje zit nog niet in het systeem van papa en mama. Dus we rukken het de eerste dag al stuk. Het werkt met tape. Goeie snok, kastje open, slotje er af. Slotje terug, kijken of ie goed zit. Vergeten te pakken wat je pakken moest en hop, weer dat klote slotje er af.


Zo geinig. Hoe snel Abel en Tijn dat slotje dan wel onder de knie hebben. Zij kunnen zo snel schakelen. Ik niet. Helemaal niet ‘in deze tijd’; Corona. Ik was net gewend aan het weer werken. Jongens school, meisjes opvang. En hoe hard ik gehuild heb om dat hele idee, al maanden van te voren, ik mis het toch.


Ik ben toch best een structuur-fan. Hoewel het hier altijd chaos lijkt, in mijn handelen zit structuur. Dus nu moet ik wéér opnieuw het wiel uitvinden.


Toen Abel vijf werd en mocht trakteren op school, mocht ik er in de klas bij. Was zó leuk en gezellig dat ik dacht; als ik later groot ben, word ik juf. EHHHHHHH NEE DUS! Dat thuisscholing is zó niks voor mij. 


Als je op school naar binnen kijkt, hoeft de juf maar te klappen en minstens 28 kinderen ruimen de boel op en gaan hand in hand in de rij staan. Hier kan ik in bikini aan het plafond gaan hangen, niet eens twee kinderen komen in beweging. Tis ook raar. Normaal hoef je thuis geen, of niet zoveel, school dingen te doen. Thuis ben ik mama, geen juf. Abel was dan ook hoogst verbaasd dat ik ook op school heb gezeten ‘wat? Echt? Op school voor grote mensen dan?’ Euh nee, gewoon toen ik net zo oud als jij was. Vond ie maar raar. Maar helaas, het moet toch. Ik voel enorme pressure vanuit school. Ze bellen regelmatig en maken hele schema’s van 74838 kantjes. Ik ben nog zoekende in wat werkt. Rustig is het hier bijna nooit. Maar vooral Tijn krijgt serieuze opdrachten, dus moet zich wel kunnen concentreren. Zodra de meisjes naar bed gaan, begint de ‘school’. Opzich chill. Ik stem voor een school die rond tienen begint! Maargoed, hij doet inmiddels of al zn verstand op school achtergebleven is. Zelf vind hij dat hij grapjes maakt. Ik vind het stomme grapjes. En zo irriteren we ons mateloos aan elkaar.


Ik kan ook niet uitleggen :). Als ik weet dat iets zo is, dan is het zo. Vraag maar aan mijn collega’s. ‘Don, hoe doen we dit of dat?’ ‘Zo’ ‘oh, waarom?’ ‘Omdat ik het zeg’. 


Das ook een dingetje. Mijn werk. Er begint weer overzicht te komen, maar man wat een chaos. Tis gokken. Waar doen we goed aan? Komen met een snotneus mag niet, maar het werk kan ook niet blijven liggen.


Ik snap de maatregelen hoor, echt waar. We blijven zoveel mogelijk thuis. Boodschappen doe ik zonder kinderen. Gelukkig mogen ze nog wel buiten, spelen in de straat. Als dat straks ook niet meer mag, hangen we met zn allen in de luxaflex.


Maargoed, koffie met twee lepeltjes dus, 60 bakjes per dag en je kan de hele wereld aan!

dinsdag 12 november 2019

Wat een jaar

Wat een jaar.

Ik wou een filmpje maken. Vanaf de foto van de eerste echo, tot aan nu. En dan alle leuke en mooie momenten er in verwerken. Het zou een filmpje van dik 28 minuten worden. Dat kijkt geen hond. Dus nee, geen filmpje.

Maar wauw, wat een jaar. Het is omgevlogen gewoon. Het voelt nog allemaal als de dag van gister. Ik voelde het. Merkte het aan mezelf en aan Tijn. Al 6 dagen voor tijd, een knal positieve test. Ik grapte al ‘ohhh, zijn er twee’. De dag voor de eerste echo was ik bij een vriendin op visite. Ik ging weg en ik zei nog ‘zooo, morgen even naar mijn tweeling kijken’. Ik grapte wel, maar ergens had ik nooit gedacht dat het ook echt zo was. Na de echo, nog in de wachtkamer appte ik mijn vriendinnetje ‘de tering Lot, het zijn er twee’. 

Mocht je het je afvragen, zo kijkt iemand die net te horen heeft gekregen dat hij er niet één, maar twee kindjes bij krijgt;



Niet onaardig toch? Romes heeft nooit angst laten zien. Ik ging direct van hot naar her met mijn gedachtes. Van onwennigheid, naar blinde paniek, terug naar blijheid en door naar de onzekerheid. Je kunt best veel emoties voelen, in 5 minuten. 

De zwangerschap viel me tegen. Veel last van kwaaltjes. Vaak voor ‘niks’ naar het ziekenhuis. Tegen het eind was ik het zat. Spuugzat. Ik kon niet meer. Liggen, zitten, staan; alles deed zeer. Voelde de ogen vol medelijden prikken in mijn rug als ik dat schoolplein weer op kwam gesjokt. Nee. Doffe ellende. Gun je niemand.

Tot ik op maandag 12 november wakker werd. Ik wist het zeker; ze komen. Vertelde romes zn afspraken af te zeggen, hij bracht de jongens naar school, hulptroepen werden ingeschakeld en hop naar het ziekenhuis. Uiteindelijk duurde het nog de hele dag tot de arts met de verlossende woorden kwam; we gaan ze halen. YES! YES MADDERFAKKERSSSSSS YES! Dat ze vijf weken te vroeg kwamen, heb ik me pas later gerealiseerd. Ik wou ze dr uit, nu!

13 november 2018 om 01:31 uur waren ze daar; de mooiste meisjes ooit. Onze Evi en Noé. Twee kleine mini meisjes, kerngezond. Geen slangetjes, geen couveuse, geen gedoe. Helemaal perfect.

En nu, nu worden ze één.

Een jaar met pieken en dalen. Vooral in het begin. Mijn eigen gezondheid was bagger. Toen ik weer op de been was, kregen zij ellende. Maar twee keer naar de osteopaat en iedereen kon weer lachen.

Hoewel ik bij Tijn en Abel ontzettend opzag tegen deze mijlpaal, trek ik het nu beter. Je ziet ze groeien. Ze gaan steeds meer begrijpen en (mijn, soms wat autistische) patroontjes herkennen. Ze zijn zó leuk. Ontzettend ondernemend, rete nieuwsgierig en stront eigenwijs. Waar de een gaat, gaat de ander. Ze kunnen eten als bouwvakkers. Geven geen drol om tv maar muziek vinden ze heerlijk. Ze dansen en hossen wat af. Ze klimmen op tafel en gaan gezellig mee naar de wc. Zwaaien net zolang tot je het dorp al uit bent en kunnen gieren van de lach om hun broers. Ze zijn eenkennig (sorry he) maar kunnen ook heerlijk knuffelen.

Natuurlijk heb ik dagen gehad dat ik dacht ‘bohhhh, kan er iiiiiiemand even een paar kinderen komen halen’, maar het is vooral héél erg leuk en héél veel genieten.

Wat een jaar. Ze zijn één. De tijd vliegt, maar staat ze prachtig.