zaterdag 1 augustus 2026

Goedemorgen en twee hartjes poppetjes.

Goedemorgen en twee hartjes poppetjes. Zo begon mijn dag. Jarenlang. Dag in, dag uit. Zo wist ik dat zij de dag was begonnen.


Zaterdag 27 juni kreeg ik mijn laatste slaap lekker hartjes poppetjes. De twee nachten daarna sliep ik bij haar in het Hospice en de 30e blies ze haar laatste adem uit.


Sindsdien is het stil. Maar niet zoals ik dacht. 


Ik betrap mezelf er op. Soms pak ik m’n telefoon. Even een appje doen. Een foto van de kinderen, een klaagzang over wie dan ook of gewoon even vragen hoe het is. En dan, een halve seconde later, weet ik het weer. Dat kan niet meer. Althans, ik kan wel wat sturen, maar ga niks terugkrijgen.


Iedereen pakt zijn eigen leven weer op. En ik ook. Er moeten boterhammen gesmeerd worden. De was blijft zich vermenigvuldigen. De winkel moet open. Je huisje moet leeg.


En ondertussen staat de wereld precies hetzelfde als een maand geleden. Behalve die van mij. Die heeft ineens een gat. Niet een groot zwart gat waar ik voortdurend in val. Dat had ik eigenlijk verwacht. Het zijn juist duizend kleine gaatjes. Bij elk appje. Bij elk succesje. Bij elke tegenvaller. Bij elk moment waarop ik denk: “Dat moet ik even aan m’n moeder vertellen.”


Ik mis haar niet alleen omdat ze mijn moeder was. Ik mis haar omdat ze overal tussendoor zat. Ze wist alles. Van mij, van de kinderen en van iedereen die ik ken. Ik mis het gerinkel van die irritante sleutelhangers aan haar handtas. De klusjes die ze altijd voor Romes verzon. De vraag hoe het op de beurs was, nadat ik bij de groothandel was geweest.


Soms voel ik de mensen kijken, zich afvragen ‘hoe zou het met haar gaan?’ Het gaat goed.

Iemand zei me laatst ‘je hebt de klap al gehad toen je hoorde dat ze ziek was’. En ik denk dat dat wel klopt. Het verdriet begon niet op 30 juni. Dat begon al toen we hoorde dat haar galblaasonderzoek, uitgezaaide longkanker bleek te zijn. Vanaf dat moment ben ik alles nog bewuster gaan meemaken. En na het echte afscheid blijft er nog genoeg over om te missen. 

Ik probeer me vast te houden aan het idee dat zij rust heeft. Pijnvrij is. En dat als er ‘iets’ is, na de dood, ze daar nu feest viert.


Mijn moeder zal altijd aanwezig zijn. Niet meer naast me aan de eettafel of op m’n bankje in het kantoortje, maar in mijn hoofd en hart. Ik zal altijd haar stem horen, ook als het stil blijft.


Je zei het de laatste weken tot mijn grote irritatie regelmatig, maar inderdaad mam; komt wel goed. 


🩷

4 opmerkingen: